Mijn Foto Albums

  • Foto Album
    Groningen
    Image Hosted by ImageShack.us

    Foto Album
    Friesland
    Image Hosted by ImageShack.us

    Foto Album
    Drenthe
    Image Hosted by ImageShack.us

    Foto Album
    Trekschuiten en Beurtschepen
    Image Hosted by ImageShack.us

    Foto Album
    Boderijders met Honden en Paarden

    Image Hosted by ImageShack.us

Lid sinds 02/2007
web-log.nl, powered by TypePad

Trekschuit Tijdperk

Wie in de eerste helft van de negentiende eeuw naar Groningen moest, kon dat het beste per snik doen, want de waterwegen waren beter dan de landwegen, al was door achterstallig onderhoud, soms geen vaart mogelijk, regelmatig bleven snikken steken in de modder, pas na vele klachten bleek het Provinciaal bestuur bereid de ondiepten op te ruimen.Toch was de snik het aangewezen vervoermiddel.
Ieder dorp had zijn kanaal of klein haventje vanwaar de snik en later de beurtvaarder regelmatig af-en aan voeren. De schipper moest volgens voorschrift  " een vroom man zijn en nuchter, zich onthoudende van dronkenschap ". Hij moest met de laatste slag van de klok afvaren en het was hem verboden personen of goederen voor onderweg in te nemen, want ieder veer had voor zijn domicilie het alleen recht. Het trekschuit schippersrecht was erfelijk, als de schipper stierf kwam de ene helft aan zijn vrouw toe, de andere helft aan zijn kinderen, mits er 25 gulden werd betaald. De schippers moesten 25 % van hun vrachtgeld afdragen aan de Provincie.Iedere snik had in de stad zijn vaste ligplaats; Winschoter diep, Schuitendiep, Boterdiep en het Hoendiep. Sommige dorpen hadden zelfs een liedje gemaakt over de snik. In Termunten zong men:
Mouder doar komt snikjong aan,
Hai komt van stad.
Moak hom gauw wat eten kloar,
Snikjong het nog hail niks had.

In Muntendam zong men;
Jaantje is de koffie kloar,
Wessels (snikjager) komt van stad.

In 1840 schreef de bekende schilder Nicolaas Beets over de schippers van de trekschuiten het volgende; Heb een vaste schipper en geef hem een mondelinge boodschap, een onverzegelde brief, een grote som geld, een kostbaar stuk meubel mee, geen woord zal aan de boodschap, geen stuiver van het geld ontbreken, geen letter in brief gelezen, geen krasje op het kostbaar stuk gemaakt. Iedere schuit had zijn eigen veerhuis. Zo'n veerhuis was een belangrijke schakel tussen  schipper en handelaar, terwijl de administratie van het vervoer per schip verzorgd werd door de zogenaamde Commissarissen van veren. Klik op foto voor vergroting!

Trekschuit Trekschuit2 Trekschuit3 Trekschui4




 
Trekschuit7Trekschuit6Trekschuit5_1

Interieur_van_een_trekschuit




Damsterdiep Groninger_snik

Het begin

Waren het in het begin beurtvaarders, gevolgd door honden karren, zo omstreeks 1883 had in Munnikezijl ene Zuidema een beurtscheepje en voer daar elke week mee van Munnikezijl naar Dokkum, als jongen had Hendrik de Vries dit allemaal goed bekeken en hij besloot voor zich zelf te beginnen en schafte zich een hondenkar en twee honden aan. Daarmee ging hij Dinsdags en Vrijdags naar Groningen waar hij op het A Kerkhof een standplaats vond. In de stad deed hij de boodschappen die hem werden opgedragen en arriveerde 's avonds laat weer in Munnikezijl. Drie dagen in de week ging hij naar Kollum. Na een paar jaar verving Hendrik hondenkar door een grotere die door vijf honden werd getrokken. In 1894 kwam er een kapwagen met een paard. In Zuidhorn werd dan gestopt voor koffie en het paard kreeg dan voer. Vervolgens ging men in één ruk door naar het A Kerkhof in Groningen waar men dan meestal om negen uur arriveerde. Om vijf uur vertrok de wagen weer naar Munnikezijl en maakte een tussenstop in Slaperstil voor koffie en voer en was men om half tien weer in Munnikezijl. Maar 's winters wanneer er veel sneeuw lag en de wegen haast onbegaanbaar waren was het vaak een barre tocht. Als de bodekar om half elf 's avonds nog niet in Munnikezijl was gesignaleerd ging een ploeg Munnikezijlsters er op uit om te kijken waar De Vries bleef. Als men de bodekar dan had gevonden, bleek meestal dat het paard zo moe was dat de mannen de kar met paard naar huis duwden. De prijzen die berekend waren voor de pakjes enz. waren maar zeer klein. b.v. 10 zakken meel voor de bakker was een gulden en voor dat geld werd het meel bij de bakker ook nog op de zolder gebracht. Kleine pakjes waren drie cent en grotere pakketten varieerden van vijf cent tot een dubbeltje. Geen echte vetpot dus in die tijd. (wordt vervolgd)

Enige foto's uit die tijd volgen hieronder, helaas heb ik geen foto van Hendrik De Vries maar onderstaande foto's geven zeker een indruk uit die tijd.Klik op foto voor vergroting

Bouke_de_vries_oudega

Fotokwwy3ywi

FotocrtqycdrDe_vries_makkum_1

Mee naar Stad

In de jaren twintig-dertig kwam niet iedereen in de stad Groningen en als je jong was al helemaal niet, dan was je echt een geluksvogel. Reurt Slim uit Assen kan zich dat nog heel goed herinneren. Het was in 1930 en Reurt was een jaar of acht. Zijn ouders hadden een kruidenierszaak in Veendam. Heel wat artikelen moesten in die tijd uit stad komen. Koffie en Thee van Tik Tak, Smith en Karels, kaas van Fleurke, pruim tabak van Gruno, wijn en likeuren van Hooghoudt en kruidenierswaren van de Gebr. Schuitema.Voor kruidenier Slim nam bode Lesterhuis het grootste deel voor zijn rekening.Drie maal in de week ging Lesterhuis naar Groningen met zijn vrachtauto die bestuurd werd door zijn zoon Menno.Lesterhuis_meeden_1932 In de zomer vacantie kwam dan het grotr ogenblik voor Reurt,hij mocht mee met bode Lesterhuis naar de stad. Van Moeder een pakje boterhammen mee voor de lange reis.Eerst nog wat boodschappen in Veendam ophalen en dan via Muntendam, Zuidbroek, Sappemeer, Hoogezand naar Groningen. Op de Vismarkt bij de Korenbeurs had Lesterhuis zijn standplaats. Wat een drukte de hele  Lesterhuis_meeden_bodedienstVismarkt stond vol met bodewagens en bakfietsen en handkarren reden af en aan. De kleine Reurt keek zijn ogen uit, want hij was nog nooit in stad geweest. Menno moest nog bij een aantal bedrijven langs en kleine Reurt mocht mee terwijl Vader Lesterhuis op de Vismarkt bleef om pakjes in ontvangst te nemen. Bij het station was een hele oploop van mensen en Menno besloot even een kijkje te nemen, kleine Reurt die in de laadbak zat klom er ook uit zonder dat Menno het in de gaten had. Hij ging ook kijken, er bleek een gevangene uit de trein in de boevenwagen gestopt te worden. Menno had het snel bekeken en reed weg, Reurt met zijn korte beentjes kon het niet bijbenen, de auto draaide de Herebrug op en verdween uit het gezicht. Het huilen stond Reurt nader dam het lachen maar gelukkig wist hij dat hij op de Vismarkt moest zijn. Een voorbijganger wees hem de weg maar op de Vismarkt aangekomen was Lestehuis in geen velden of wegen te bekennen. De kleine jongen ging op de stoep van de Korenbeurs zitten uitrusten, tot hij Menno met de auto aan zag komen, hij holde er heen en Menno staptje juist uit de wagen, ging naar zijn Vader en deelde Vader mee; 'k bin jong kwiet, dat lukst toch riep Vader Lesterhuis en stak de armen in de lucht. Maar gelukkig daar kwam Reurt al aan rennen tussen de bodewagens door. De vacantie dag met bode Lesterhuis was voor Reurt Slim een dag om nooit te vergeten.Wordt vervolgd.

De Geschiedenis van de Boderijder

In het begin waren het de trekschuiten die diverse producten en passagiers vervoerden van de dorpen naar de steden. Vandaar de wirwar van kanaaltjes in de Noordelijke provincies. In 1564 voer er al dagelijks een trekschuit van Appingedam naar Groningen vice versa. Tot ongeveer 1880 was het dus de snik die de dienst uitmaakte. Een snik was een wankel scheepje die zowel vracht als passagiers vervoerde en altijd voorzien was van een korte mast waaraan het touw voor het snikpaard was bevestigd. Het jagertje (de snikjong) bereed het paard op het jaagpad of trekweg. Als de snikkevaarder niet over een paard beschikte dan trok hij zelf de boot !. Bij scherpe bochten in de vaart stond een zogenaamde rolpaal. Als de snik vertrok blies het jagertje op een speciale hoorn, de loopplank werd ingetrokken en de reis begon. Na de trekschuiten kwamen de beurtschepen, van 1914 tot 1922 was er een grote bloeitijd voor de beurtvaarders, na dat jaar daalden de vrachtprijzen en werd het misère met de beurtdiensten. Gedurende de crisis tijd in de 30er jaren legden heel veel beurtschippers het loodje. In de 2de wereldoorlog kwam er nog een korte opleving, maar de tijd van de beurtvaarders was voorbij. Het wegvervoer kwam opzetten en daar tegen kon de beurtvaart niet concureren. Zie ook foto album "Trekschuiten en Beurtschepen "( Wordt vervolgd )

1940 - 1945

In de Meidagen van 1940 werd Nederland door het Duitse leger bezet en wat dat betekende ondervond men bijna direct. Om 11 uur ‘s avonds de cafeé dicht en tussen 12 en 4 uur ‘s nachts mocht niemand op straat. Gas en electrisch op rantsoen en brandstof op de bon, de jaren daarna werd het alleen maar slechter na 8 uur ’s avonds niet meer op straat, overal razzias, velen werden opgepakt en het Scholtenshuis werd berucht om zijn wreedheden. De boderijders hadden inmiddels zeer zware ritten naar de stad. Vracht Auto’s werden ingevorderd evenals paarden. De enkele auto’s die er nog waren werden omgebouwd op gas (houtgas of turfgas).Benzine was zeer schaars geworden en dus maakte men van de nood een deugd , men ging elkaar helpen. Bode Lantinga uit Hornhuizen nam b.v. zijn collega Timans uit Kloosterburen mee op sleeptouw naar Groningen.Lantinga_hornhuizen_nam_timans_uit_kloos

Boderijders Wendelaar en Oosterlo hadden zo'n gaspot auto.Wendelaar_en_oosterloo_auto_met_gaspot_c (Klik op foto's voor vergroting)Veel boderijders gingen terug naar de paarden tractie, zij hadden geen belang om ook nog stoker te worden. Het was een riskant beroep geworden want hoe vaak werden de boderijders niet aangehouden door landwachten of Duitse soldaten en hoe vaak gebeurde het niet dat zich onder de lading pakjes bevonden met tarwe of koolzaad olie bestemd voor families in de stad. Het jaat 1944 was een dieptepunt, bij voortduring werden schepen en auto’s en paardenwagens door de geallieerden beschoten waarbij vele slachtoffers vielen. Na vijf lange en bange jaren kwam in 1945 eindelijk de bevrijding. Bij de verkeers inspectie aan het Zuiderdiep in Groningen konden de boderijders toen een aanvraag indienen voor een vrachtauto. Als die aanvraag werd gehonoreerd, konden ze in Rotterdan een Amerikaanse legerauto ophalen en daar zijn veel boderijders dan ook weer mee begonnen. Wordt vervolgd

Kabel Radio

  • Image Hosted by ImageShack.us

Links

  • Image Hosted by ImageShack.us
  • Image Hosted by ImageShack.us
  • Image Hosted by ImageShack.us
  • Image Hosted by ImageShack.us

juli 2009

ma di wo do vr za zo
    1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31